Volkstelling 1921

(Deze pagina is nog niet definitief.)

Onderstaand een overzicht van indexen en toegangen op de microfiches van de Surinaamse Volkstelling van 1921. Uit privacyoverwegingen is er een openbaarheidstermijn gehanteerd van 100 jaar. Derhalve zijn alleen de gegevens beschikbaar gesteld van de personen wiens geboortedatum vóór 01.01.1912 ligt.

Ieder jaar zullen de gegevens van het opvolgend jaar beschikbaar gesteld worden.

In het Centraal Bureau voor Genealogie (C.B.G.) te Den Haag en het Nationaal Archief te Paramaribo zijn de originele telkaarten volledig openbaar in te zien. Zie pagina Archiefinstellingen voor de adresgegevens en openingstijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

——
Achtergrondinformatie
… volgt …

Ontstaan archiefvorming Surinaamse Volkstelling van 1921

1. Het Besluit tot samenstelling van een Bevolkingsregister voor Suriname
In 1910 werden door het Nederlandse gouvernement in Suriname pogingen in het werk gesteld om bij landsverordening een bevolkingsregister tot stand te brengen in navolging van de gemeentelijke bevolkingsregisters, die sedert 1850 in Nederland werden bijgehouden . Op 29 oktober 1914 werd een ontwerp-verordening in deze zin aan de Koloniale Staten voorgelegd; goedkeuring door de Staten volgde echter pas op 24 april 1917. Bij gouvernementsresolutie van 30 april 1917, nr. 1438, werd het besluit tot samenstelling van het bevolkingsregister vastgelegd; de afkondiging geschiedde op 29 november 1917 (Gouvernementsblad nr. 80).

2. De voorbereiding op de Volkstelling
Voor de totstandkoming van dit register werd in 1919 N.E. Henriquez door de Nederlandse regering uitgezonden. Hierbij werd tot een telling van de bestaande bevolking besloten en na voorbereidende werkzaamheden van twee jaar werden bij Gouvernementsbesluit van 4 mei 1921, Gouvernementsblad nr. 29, de uitvoerende maatregelen van de bevolkingsregistratie verordend. De telling zelf werd omschreven in de artikelen 8 tot en met 15. Zij behelsde ‘eene registratie der woonbevolking, gehouden naar den toestand dier bevolking te middernacht tusschen 31 Juli en 1 Augustus 1921′. De vragen, die na 1 augustus door de tellers moesten worden gesteld, stonden omschreven in artikel 10 sub 1.

3. De wijze van registratie
Nadere instructies over te ondervragen personen kan men ontlenen aan de artikelen 16 en 17, waarin enkele bijzondere categorieën van in het bevolkingsregister op te nemen personen zijn vermeld. De vragen werden ingevuld op ‘registratielijsten’ door de te registreren persoon zelf; alleen wanneer zulks ‘van Overheidswege’ nodig werd geacht, geschiedde dit door de opnemers van de bevolkingstelling. Deze hielden per straat een ‘register’ bij (art. 12). De opnemers hadden speciale registers voor bijzondere categorieën als ‘tijdelijk aanwezige personen in inrichtingen, gestichten of instellingen’, die echter ook voor andere gevallen werden aangewend; verblijvenden in hotels, schepen aan de kust, op werkplaatsen in de bossen, zulks naargelang de opvatting van de opnemer. Het aldus verkregen materiaal werd verwerkt op de gezinskaarten op het bevolkingsregister van Paramaribo en in de districten. De telling van 1921 beperkte zich voornamelijk tot de ‘woonbevolking’ en behelsde bijgevolg slechts het gecultiveerde gedeelte van Suriname. Bosnegers en Indianen in stamverband bleven buiten de registratie evenals het merendeel van de bewoners van geïmproviseerde optrekjes in de periferie van huizen (stoep- of erfbewoners). Waar ‘daklozen’ werden geregistreerd zal dit vermoedelijk in opvangcentra zijn geschied.8 Suriname / Eerste Algemene Volkstelling 2.10.19.01

4. De Tweede Algemene Volkstelling van 1950
In 1929 stelde Henriquez een herziening van de registratie van het bevolkingsregister voor, omdat de gezinsregistratie per woning vanwege de veelvuldige migratie van gezinsleden in Suriname ondoenlijk werd. Dit impliceerde een nieuwe volkstelling, doch hieraan werd eerst in 1950 uitvoering gegeven.

Geschiedenis van het archiefbeheer
Het in 1921 verzamelde telmateriaal bleef, eenmaal verwerkt in het register, verder ongebruikt liggen. Het Bureau Volkstelling, dat op 1 november 1949 zijn werkzaamheden aanving, kreeg de beschikking over het telmateriaal van 1921. De algemene leider van de volkstelling J. Gemmink, die sedert 1952 zijn werkzaamheden in Nederland voortzette, vroeg het materiaal in 1954 als vergelijkingsmateriaal op, waarna het in tien kisten naar Nederland werd verscheept . Bij dit materiaal was een klapper op fiche gevoegd, die vermoedelijk in 1948 was vervaardigd in het kader van een controle op het bevolkingsregister. Gemmink ordende het materiaal globaal. In 1977 werd het bestand met het basismateriaal van de volkstelling van 1950 overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief . 1  Het werd in samenwerking met drs. J.A.A. Bervoets geïnventariseerd door S.M. Pereira, medewerker van het hulpdepot van het Algemeen Rijksarchief in Schaarsbergen. Het archief zal te gelegener tijd naar Suriname worden overgebracht. Inbewaringgegeven (door rijk aan gemeente, of andersom) Het archief is op 12 april 2010 overgedragen aan de Republiek Suriname. Op het Nationaal Archief zijn alleen microfiches te raadplegen. De originelen berusten vanaf die datum bij het Nationaal Archief van Suriname.

Bron tekst: Nationaal Archief, Den Haag, Microfiches Eerste Algemene Volkstelling Suriname (1921), nummer toegang 2.10.19.01